Terug naar Kennisbank

Plasma-producten en medicijnen: welke aandoeningen helpen ze?

Ontdek welke levensreddende medicijnen uit jouw plasma worden gemaakt

Plasmadoneren.nl Redactie11 minuten leestijd
Medisch laboratorium waar plasmaproducten tot medicijnen worden verwerkt

Veel mensen doneren plasma zonder precies te weten wat ermee gebeurt. De meeste donoren horen in algemene zin dat hun plasma "levens redt", maar welke aandoeningen worden er nu werkelijk mee behandeld? Dit artikel geeft een compleet overzicht van de belangrijkste plasma-producten en medicijnen en de patiëntgroepen die er dagelijks van afhankelijk zijn.

Uit één liter plasma kunnen meer dan twintig verschillende medicinale producten worden gewonnen. Elk product heeft zijn eigen toepassing — van zeldzame genetische afweerziekten tot acute brandwondenzorg. Deze diversiteit maakt plasmadonatie onvervangbaar: er bestaan geen synthetische alternatieven voor veel van deze medicijnen.

Wil je alvast meer weten over het donatieproces zelf? Bekijk Wat is plasmadonatie en hoe werkt het?.

Wat zit er in bloedplasma?

Bloedplasma is de vloeibare component van bloed — ongeveer 55 procent van het totale bloedvolume. Als je rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes eruit filtert, blijft er een strokleurige vloeistof over die bestaat uit water (ongeveer 91 procent) en een rijke mix van eiwitten, hormonen, voedingsstoffen, afvalstoffen en stollingsfactoren.

Voor de geneeskunde zijn vooral de eiwitten interessant. De drie belangrijkste groepen zijn: albumine (ongeveer 60 procent van de plasma-eiwitten), immunoglobulinen (antistoffen, 15 à 20 procent) en stollingsfactoren. Elk van deze groepen wordt via een fractioneringsproces afzonderlijk uit het plasma gewonnen en vervolgens tot medicijnen verwerkt.

Dit fractioneringsproces is industrieel: het gebeurt in gespecialiseerde farmaceutische fabrieken die aan de strengste kwaliteitseisen moeten voldoen. Van donor tot patiënt kan een plasmaproduct een jaar of langer onderweg zijn.

Immunoglobulinen (IVIG/SCIG): de belangrijkste toepassing

Immunoglobulinen — ook wel "antistoffen" of "gammaglobulinen" — zijn de meest gevraagde plasmaproducten wereldwijd. Ze worden toegediend via een infuus in een ader (IVIG) of via een subcutane injectie (SCIG). De vraag naar immunoglobulinen stijgt jaarlijks met 7 à 10 procent, vooral door nieuwe toepassingen en betere diagnostiek.

Primaire immuundeficiënties (PID)

Mensen met aangeboren afweerstoornissen — zoals common variable immunodeficiency(CVID) of X-linked agammaglobulinemia — maken zelf onvoldoende antistoffen. Zonder levenslange immunoglobuline-therapie zijn zij zeer vatbaar voor infecties. Voor hen is plasmadonatie letterlijk levensreddend.

Secundaire immuundeficiënties (SID)

Patiënten die door kanker, chemotherapie of bepaalde medicijnen hun afweersysteem hebben verloren, krijgen vaak immunoglobulinen als ondersteunende behandeling. Denk aan patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) of multipel myeloom.

Auto-immuun- en neurologische aandoeningen

IVIG wordt ook ingezet bij patiënten met auto-immuunziekten zoals CIDP (chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie), Guillain-Barré, myasthenia gravis, multiple sclerose en ITP (idiopathische trombocytopenische purpura).

Stollingsfactoren voor hemofilie

Hemofilie is een erfelijke stollingsziekte waarbij patiënten een tekort hebben aan een specifieke stollingsfactor (meestal factor VIII bij hemofilie A of factor IX bij hemofilie B). Zonder behandeling kunnen zelfs kleine verwondingen leiden tot ernstige bloedingen in spieren, gewrichten en organen.

Plasma is een belangrijke bron voor factor VIII, factor IX, fibrinogeen, Von Willebrand-factor en andere stollingseiwitten. Hoewel recombinante (lab-gekweekte) stollingsfactoren steeds vaker beschikbaar zijn, blijven plasma-gebaseerde producten noodzakelijk voor veel patiënten — vooral in landen waar recombinante varianten niet toegankelijk zijn.

Eén hemofiliepatiënt kan jaarlijks plasma nodig hebben van ongeveer 1.000 tot 1.200 donoren. Voor patiënten met zeldzame stollingsziekten (zoals antitrombine-tekort) geldt dat de hele Europese vraag soms van slechts enkele tientallen gespecialiseerde plasmapools afhangt.

Albumine

Albumine is het meest voorkomende eiwit in plasma. Het regelt de vochtbalans in bloedvaten en transporteert hormonen, vetzuren en medicijnen door het lichaam. Als medicijn wordt albumine ingezet bij:

  • Zware brandwonden (vervanging van verloren eiwitten)
  • Levercirrose en ernstig leverfalen
  • Shock na bloedverlies of sepsis
  • Hemofiliepatiënten die een operatie ondergaan
  • Patiënten op de intensive care bij nierdialyse

Ondanks het bestaan van synthetische volume-vervangers (zoals fysiologisch zout of kunststofoplossingen) blijft plasma-albumine in veel acute situaties onvervangbaar — vooral wanneer eiwittekort de kern van het probleem is.

Andere plasma-producten

Naast de drie grote groepen levert plasma nog tal van andere medicijnen. Een selectie:

  • Antitrombine III: voor patiënten met erfelijk antitrombinetekort (voorkomt trombose)
  • Alfa-1-antitrypsine: voor patiënten met een erfelijke longaandoening
  • Fibrinelijm (Tisseel, Evicel): gebruikt bij operaties om weefsels samen te voegen en bloedingen te stoppen
  • Hyperimmune immunoglobulinen: specifieke antistoffen tegen bijvoorbeeld rhesus-antagonisme (RhIG), hepatitis B (HBIG) of rabiës
  • Protrombinecomplex (PCC): gebruikt bij acute bloedingen, vooral bij patiënten die bloedverdunners gebruiken

Hoeveel plasmadonaties zijn er nodig?

De hoeveelheid plasma die voor één patiënt per jaar nodig is, hangt sterk af van de aandoening en het lichaamsgewicht. Enkele richtlijnen:

  • PID-patiënt (immunoglobulinetherapie): 130 tot 260 donaties per jaar
  • Ernstige hemofilie A: ongeveer 1.200 donaties per jaar
  • Brandwondenpatiënt (albumine, kortdurend): 50 tot 100 donaties
  • Operatie met fibrinelijm: 5 à 10 donaties per patiënt

Deze getallen maken de impact van jouw donatie concreet. Één plasmadonatie van ongeveer 650 ml levert een fractie op die samen met vele andere donaties wordt gebundeld tot een "plasmapool" van waaruit medicijnen worden geproduceerd. Zonder die grote pool van vrijwillige donoren valt het hele systeem stil.

Kwaliteit en veiligheid

Plasmaproducten doorlopen een streng veiligheidstraject. Elke donatie wordt getest op HIV, hepatitis B, hepatitis C en syfilis. Daarnaast past de fractionering meerdere virusinactivatiestappen toe — zoals pasteurisatie, oplosmiddel/detergent-behandeling en nanofiltratie — om het risico op virusoverdracht te minimaliseren.

Dankzij deze procedures zijn plasmaproducten tegenwoordig onder de veiligste medicijnen ter wereld. Het HIV- en hepatitis-schandaal van de jaren tachtig leidde tot deze lagen-veiligheid: elk schandaal dwong verbetering af. Moderne plasmafractionering is daardoor orders of magnitude veiliger dan ooit tevoren.

Donoren worden bovendien vooraf gescreend via een uitgebreide gezondheidsvragenlijst en een gesprek met medisch personeel. Wil je weten wanneer jij wel of niet mag doneren? Lees Wie mag plasma doneren? Leeftijd, gewicht en gezondheid.

Veelgestelde vragen

Welke medicijnen worden van bloedplasma gemaakt?

Uit bloedplasma worden onder andere immunoglobulinen, stollingsfactoren, albumine, fibrinogeen en antitrombine gemaakt. Deze medicijnen zijn onmisbaar voor patiënten met afweerstoornissen, hemofilie, brandwonden, shock en stollingsproblemen.

Wat zijn immunoglobulinen?

Immunoglobulinen (IVIG of SCIG) zijn geconcentreerde antistoffen uit bloedplasma. Ze worden gebruikt bij patiënten met aangeboren of verworven afweerstoornissen (PID, SID), auto-immuunziekten zoals MS en neurologische aandoeningen zoals CIDP.

Hoeveel plasmadonaties zijn nodig voor één behandeling?

Voor één jaar immunoglobuline-therapie zijn doorgaans 130 tot 260 plasmadonaties nodig, afhankelijk van het lichaamsgewicht van de patiënt. Eén hemofiliepatiënt kan jaarlijks het plasma van 1.200 donoren nodig hebben.

Zijn plasmamedicijnen te vervangen door synthetische alternatieven?

Voor sommige toepassingen (zoals bepaalde stollingsfactoren) bestaan recombinante alternatieven die via biotechnologie worden geproduceerd. Voor veel andere plasmaproducten is er echter geen synthetisch alternatief — vrijwillige plasmadonoren blijven onmisbaar.

Hoe lang is een plasmaproduct houdbaar?

Bevroren vers plasma blijft ongeveer één tot twee jaar houdbaar. Geproduceerde plasmamedicijnen (immunoglobulinen, albumine, stollingsfactoren) hebben doorgaans een houdbaarheid van 2 tot 3 jaar bij correcte opslag.

Conclusie

Bloedplasma is grondstof voor tientallen levensreddende medicijnen. Van immunoglobulinen voor kinderen met aangeboren afweerziekten tot stollingsfactoren voor hemofiliepatiënten en albumine voor brandwondenslachtoffers — één druppel gedoneerd plasma raakt het leven van patiënten over de hele wereld.

De diversiteit aan plasmaproducten, de strenge veiligheidsnormen en het feit dat veel van deze medicijnen niet synthetisch te maken zijn, onderstrepen waarom vrijwillige donoren zo belangrijk blijven. Elke nieuwe donor helpt de Nederlandse en Europese zelfvoorziening verder op te bouwen.

Overweeg je zelf te doneren? Vind een Sanquin centrum bij jou in de buurt of lees Eten en drinken voor je plasmadonatie voor een goede voorbereiding.